Zwanger


Zwanger zijn wil zeggen dat een vrouw of vrouwtjes dier een bevruchte eicel in zich draagt die zich vervolgens tot een embryo en een foetus ontwikkeld. De bevruchte eicel nestelt zich in de meeste gevallen in de baarmoeder. Is dit niet het geval dan is er sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Men schat dat ongeveer 15 procent van alle vastgestelde zwangerschappen uiteindelijk eindigt in een miskraam. Zelfs 50 procent van alle eicellen die worden bevrucht zal zich niet ontwikkelen tot een baby. Vaak gebeurt dit in al in een erg vroeg stadium zodat de vrouw niet eens heeft gemerkt dat ze zwanger is. De zwangerschap bij een mens duurt ongeveer 40 weken waarin de bevruchte eicel uitgroeit tot een volgroeide baby.

Op het moment dat een eicel door een zaadcel wordt bevrucht dan spreekt men van een zwangerschap. Als een zwangerschap goed verloopt dan zal er een kind geboren worden. Gedurende de zwangerschap zal de bevruchte eicel zich allereerst gaan delen en zo uitgroeien tot een embryo. Na ongeveer acht weken heeft het embryo zich al tot een echt wezentje gevormd. Het wordt vanaf dat moment foetus genoemd. Deze benaming blijft men tot aan de geboorte gebruiken. Bovendien wordt de menselijke embryo of foetus ook in veel gevallen eenvoudigweg vrucht genoemd.

Voor de vrouw betekent een zwangerschap een grote verandering in haar lichaam. Niet alleen groeit er nieuw leven in haar en wordt ze dikker en zwaarder. Onder invloed van hormonen gaat ze ook vaak anders reageren (humeurig, emotioneel, onzeker).

Bekijk ook eens