Eileider


De eileiders maken deel uit van de vrouwelijke geslachtsorganen. Een eileider heeft de vorm van een trechter en buigt zich met de brede zijde over de eierstokken heen. Met de smalle zijde zit de eileider vast aan de baarmoeder.

De functie van de eileiders bestaat uit het transporteren van de rijpe eicel danwel van het embryo dat is ontstaan na de bevruchting van een dergelijke eicel. Van de eierstok gaat de rijpe eicel immers via de eileider richting de baarmoeder. Onderweg kan er een eventuele bevruchting plaatsvinden. Doordat het oppervlak van de eileider is bedekt met trilhaartjes wordt de eicel of het embryo voortbewogen naar de baarmoederholte toe.

Indien een bevruchte eicel niet de baarmoeder bereikt en in de eileider blijft zitten of in de buikholte terecht komt en zich daar gaat nestelen dan is er sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit of afgekort tot EUG). De behandeling van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap houdt in dat de vrucht uit de eileider wordt gehaald door middel van een operatie of de eileider helemaal wordt verwijderd. In sommige gevallen wordt een buitenbaarmoederlijke zwangerschap behandeld met medicatie (methotrexaat) die voor chemotherapie is bedoeld. De vrucht die is ontstaan bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zal geen enkele behandeling overleven. Het terugplaatsen in de baarmoeder van de vrucht is derhalve niet mogelijk.

Andere aandoeningen die aan eileiders kunnen ontstaan zijn infecties, verstoppingen en het ontstaan van tumoren. Sommige aandoeningen kunnen met medicatie worden behandeld terwijl andere kwalen het verwijderen van de eileider als enige optie hebben.

Bekijk ook eens