Baarmoeder
Het belangrijkste vrouwelijke voortplantingsorgaan bij zowel de mens als vrijwel alle andere zoogdieren is de baarmoeder. Een ander woord voor baarmoeder is uterus. De functie van de baarmoeder bestaat uit de innesteling van een embryo mogelijk te maken. Hier kan dit dan uitgroeien tot een foetus. Tot aan de geboorte zal de foetus in de baarmoeder blijven zitten. Nadat de foetus de baarmoeder heeft verlaten, dus geboren is, spreekt men liever van een baby (of een jong wanneer het om een zoogdier gaat).
De baarmoeder van een vrouw bestaat uit twee delen, te weten het lichaam van de baarmoeder dat ook corpus uteri wordt genoemd, en de baarmoederhals die men ook wel aanduidt als cervix uteri of kortweg cervix. Het baarmoederlichaam is het grootste gedeelte van de baarmoeder waarin de innesteling van het embryo zal plaatsvinden. Aan het lichaam van de baarmoeder zitten de eileiders vast. De baarmoederhals wordt doormiddel van de baarmoedermond (de portio) met de vagina verbonden. In de vagina is deze baarmoedermond zowel voelbaar als zichtbaar.
De baarmoeder ligt bij de vrouw in haar onderbuik voor de endeldarm en net achter haar blaas in het kleine bekken. De ligamenten (banden) zorgen ervoor dat de baarmoeder op haar plaats blijft. Het grootste deel van de baarmoeder is opgebouwd uit glad spierweefsel en de binnenkant is bekleed met het baarmoederslijmvlies. Door het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen wordt het slijmvlies dikker terwijl progesteron zorgt voor het ontstaan van slijmkliertjes. Daalt dit gehalte dan zal dit loslaten en de vrouw gaan menstrueren.


