Miskraam


Wanneer een zwangerschap, die 20 weken of korter duurt, spontaan wordt afgebroken (dat wil zeggen zonder menselijk ingrijpen) dan noemt de Wereldgezondheidsorganisatie dit een miskraam. Niet alle landen hanteren deze grens. Soms wordt er juist naar boven danwel naar onder van afgeweken.

Medici gebruiken in plaats van het woord miskraam vaak de term spontane abortus. Voor veel mensen heeft abortus een erg negatieve klank omdat men deze term in verband brengt met het opzettelijk afbreken van een zwangerschap. Officieel wordt deze vorm van zwangerschapsbeëindiging echter abortus provocatus genoemd. Er wordt daarom vaak voorzichtig omgegaan met deze de term spontane abortus wanneer ouders ongewild hun ongeboren vrucht verliezen.

Ongeveer een kwart van alle vrouwen krijgt gedurende hun leven te maken met een miskraam. Bij hen is dus eerst een zwangerschap vastgesteld die na enige tijd spontaan afgebroken werd. Rekent men alle miskramen van het moment dat de eicel werd bevrucht dan zal het aantal sterk toenemen (wellicht tot wel 90 procent van alle bevruchte eicellen groeit niet uit tot een volgroeide baby). In het vroegste stadium van een zwangerschap is het meestal echter niet duidelijk dat een vrouw een bevruchte eicel in zich draagt waardoor een miskraam verward wordt met een gewone menstruatie.

Voor veel vrouwen is het krijgen van een miskraam erg emotioneel. Woorden als: het was nog maar klein, of het was nog geen mensje, bieden geen troost maar werken vaak averechts. Een zwangere vrouw (en haar eventuele partner) heeft zich immers ingesteld op het krijgen van een kind.

Bekijk ook eens