Peuterpuberteit


Een jong kind in de leeftijd van één jaar tot het moment dat het naar de kleuterschool gaat (meestal twee en een half jaar) wordt een peuter genoemd. Gedurende deze levensfase leert de peuter veel over sociale rollen en zal zijn taalvaardigheid met sprongen vooruit gaan. Bovendien ontwikkelt een peuter ook zijn motorische vaardigheden in deze periode. In de meeste gevallen worden kinderen zindelijk in hun peutertijd. Een peuter gaat ook één taal als zijn moedertaal ontwikkelen. Dit doen ze door deze taal vaak te horen.

Rond de leeftijd van anderhalf tot twee jaar komt een peuter in de zogenaamde peuterpuberteit. Dit wil zeggen dat de peuter de wereld om zich heen wil gaan beïnvloeden door zo nu en dan lekker koppig te zijn, steeds meer zelf willen doen en de woordjes nee en niet als wapen inzet om een situatie naar zijn hand proberen te zetten. Op deze manier leren peuters hoe ze een bepaalde reactie uit kunnen lokken.

Peuters kunnen soms erg boos reageren wanneer iets niet lukt zoals zij dat willen. Het kan dan gaan om een blokkentoren die steeds weer omvalt of om iets dat ze willen hebben maar niet krijgen. Zeker in combinatie met het zelf willen doen kan dit soms erg lastige situaties geven. Door een peuter zelf dingen te laten doen ontwikkelt hij zelfvertrouwen. Op het moment dat iets niet helemaal gaat zoals de peuter graag wil kan ingrijpen daarom soms juist averechts werken. De blokkentoren opbouwen levert dan alleen een huilbui op.

Bekijk ook eens