Vroedvrouw
Een vroedvrouw wordt tegenwoordig meestal een verloskundige genoemd. Om dit beroep uit te mogen oefenen dient men de opleiding Bachelor in de vroedkunde te volgen. Dit is een opleiding van drie jaar die wordt gegeven aan 12 hogescholen. Doordat deze opleiding een aantal vakken heeft die gelijk zijn aan die van de opleiding verpleegkunde kan een verpleegkundige met bachelor na bachelor ook de opleiding tot vroedkundige afronden.
Hoewel het vak van vroedvrouw meestal door vrouwen wordt uitgeoefend kent men ook een mannelijke variant, de beoefenaar wordt dan een vroed meester genoemd. Andere benamingen voor een vroedvrouw zijn verlos- of vroedkundige. Door de vroedvrouw worden de normale zwangerschappen en bevallingen begeleid die dus zonder complicaties verlopen. Op het moment dat zich wel problemen aandienen zal de vroedvrouw de zwangere doorverwijzen naar een gynaecoloog in het ziekenhuis.
Een vroedvrouw doet dus alleen fysiologische verloskunde. Ze begeleiden niet allen een gezonde zwangerschap maar ook de bevalling, indien er geen problemen zich voordoen, en de kraamtijd. Wanneer er zich complicaties voordoen gedurende de kraamtijd dan zal de verloskundige doorverwijzen naar de gynaecoloog of de kinderarts.
Heden ten dage werken er steeds meer vroedvrouwen onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog in een ziekenhuis. Ze worden dan tweedelijns- of klinisch verloskundigen genoemd. Ze begeleiden dan vrouwen van wie bekend is dat ze een groter risico lopen op complicaties gedurende de zwangerschap danwel de bevalling. In tegenstelling tot de eerstelijnsverloskundigen werken ze niet in een (eigen) praktijk buiten het ziekenhuis. Tijdens bevallingen worden vroedvrouwen bijgestaan door een kraamverzorgster.


